De wijzigingen in de Surinaamse Staatsregeling in 1948 hebben ertoe geleid, dat voorzieningen moesten worden getroffen op het gebied van 's Lands geldelijk beheer. Voorzieningen in die zin, dat controle op de rechtmatigheid en doelmatigheid van overheidsuitgaven niet meer moest geschieden door Nederland maar door een eigen zelfstandig controleorgaan gevestigd in Suriname.

Op 12 maart 1953 werd de wet, regelende de instelling van de Rekenkamer van Suriname (G.B. 1953 no. 26) aangenomen door de Staten van Suriname. Deze wet kan worden aangehaald als "Wet Rekenkamer Suriname".

 De Rekenkamer van Suriname (Kamer), kan worden aangemerkt als een openbaar lichaam, omdat door de Staat een overheidstaak is overgedragen, te weten het toezicht en controle op staatsfinanciën. Echter is de rechtspersoonlijkheid van de Rekenkamer niet expliciet aangegeven in de Wet Rekenkamer Suriname, maar kan worden afgeleid uit bepalingen die betrekking hebben op de organisatie, taken en bevoegdheden van de Rekenkamer. Deze bepalingen zijn wel vastgelegd in de Wet Rekenkamer Suriname.

In de Wet Rekenkamer Suriname zijn de onderstaande zaken vastgesteld:

  1. Benoeming van het College
  2. Bevoegdheden en taken
  3. Rechten en plichten
  4. Welke rechtspersonen verplicht zijn informatie aan de Kamer te overleggen.